ECLI:NL:CRVB:2020:1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand wegens te late aanvraag
Appellante diende op 27 januari 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van een eigen bijdrage voor rechtsbijstand van €143,-. De Raad voor de Rechtsbijstand had de toevoeging verleend op 2 januari 2018. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat de aanvraag te laat was ingediend, namelijk na het opkomen van de kosten en niet binnen de beleidsmatige termijn van twee weken na afgifte van de toevoeging.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat bijzondere omstandigheden, zoals de inbeslagname van haar administratie door het Openbaar Ministerie in december 2017, haar verhinderden de aanvraag tijdig in te dienen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden geen reden vormen om af te wijken van het vaste uitgangspunt dat kosten niet worden vergoed als de aanvraag niet tijdig is ingediend.
De Raad bevestigde dat het beleid van het college, hoewel buitenwettelijk begunstigend, consistent is toegepast. De aanvraag werd meer dan twee weken na het opkomen van de kosten ingediend, waardoor de afwijzing terecht is. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand is afgewezen wegens te late indiening.