ECLI:NL:CRVB:2020:1328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand wegens te late indiening
Appellante diende op 14 januari 2019 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van eigen bijdragen rechtsbijstand ter hoogte van €588,-. Deze aanvraag volgde op besluiten van de Raad voor Rechtsbijstand van 16 oktober 2018, waarin de eigen bijdragen waren vermeld.
Het college wees de aanvraag af omdat de kosten waren gemaakt vóór de aanvraag en de aanvraag niet binnen twee maanden na het opkomen van de kosten was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de kosten pas ontstonden toen haar gemachtigde de factuur uitreikte, maar de Raad oordeelde dat de kosten opkomen op het moment dat de rechtsbijstandsverlener het besluit tot toevoeging ontvangt, waarop de cliënt geacht wordt op de hoogte te zijn van de eigen bijdrage.
Verder werd aangevoerd dat het ontbreken van inkomen in oktober 2018 bijzondere omstandigheden vormde, maar dit werd verworpen omdat dit geen belemmering vormde om tijdig een aanvraag in te dienen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand wordt bevestigd vanwege te late indiening.