ECLI:NL:CRVB:2020:1335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld bezit onroerend goed
Appellant ontving vanaf 2001 bijstand en werd onderzocht in het kader van een themacontrole naar bezit van onroerende zaken. Uit onderzoek van Bureau Buitenland bleek dat appellant sinds 2002 onroerend goed in Turkije bezit, wat niet was gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich richtte op bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit en dat zijn privacy onrechtmatig werd aangetast.
De Raad oordeelde dat het gefaseerde onderzoek pragmatisch en gericht was, mede vanwege de kosten en het grote aantal bijstandsgerechtigden met een band met Turkije in de gemeente Venlo. Er was geen sprake van ongerechtvaardigd onderscheid of discriminatie. Het beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Een betoog over schending van artikel 8 EVRM Pro werd niet verder behandeld omdat het primaire bezwaar faalde. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld bezit van onroerend goed.