ECLI:NL:CRVB:2018:1541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijk vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand en werden geselecteerd voor onderzoek vanwege een risicoprofiel gericht op bijstandsgerechtigden met een geboorteplaats buiten Nederland en langdurige vakanties in het buitenland. Uit onderzoek bleek dat appellant een woning in Turkije bezat en verkocht, maar hierover werden tegenstrijdige en onduidelijke verklaringen gegeven.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellanten onvoldoende informatie hadden verstrekt over hun vermogen en inkomsten uit verhuur. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een wijziging in omstandigheden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het gebruik van het risicoprofiel niet in strijd was met het discriminatieverbod omdat het onderscheid gerechtvaardigd was door zeer zwaarwegende redenen en in redelijke verhouding stond tot het doel van rechtmatige toepassing van de bijstandswetgeving.
Daarnaast werd geoordeeld dat de onduidelijkheid over het vermogen en de opbrengst van de woning niet was weggenomen, waardoor de aanvraag terecht werd afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.