Uitspraak
18.2551 PW, 18/2552 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en werden onderzocht in het kader van een themacontrole naar bezit van onroerende zaken in het buitenland. Uit onderzoek bleek dat een bedrijfspand in Turkije op naam van appellant stond geregistreerd, hetgeen niet was gemeld aan het college.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, met terugvordering van de onterecht ontvangen bijstand. Appellanten voerden aan dat zij niet wisten van het bedrijfspand en dat hun broer zonder volmacht het pand op naam van appellant had gezet. Deze stellingen werden niet onderbouwd met objectieve bewijzen.
De Raad oordeelde dat het college niet in strijd met het discriminatieverbod heeft gehandeld bij de themacontrole en dat Bureau Buitenland bevoegd was het onderzoek in Turkije uit te voeren. De inlichtingenverplichting is objectief en verwijtbaarheid speelt geen rol. Appellanten hebben deze verplichting geschonden door het bezit niet te melden.
Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld bezit van een buitenlands bedrijfspand wordt bevestigd.