ECLI:NL:CRVB:2020:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden drugshandel en terugvordering kosten
Appellant ontving bijstand vanaf januari 2014 en werd in november 2015 strafrechtelijk onderzocht wegens drugshandel. Tijdens dit onderzoek werd cocaïne bij hem gevonden en hij werd veroordeeld tot gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet en het niet melden van inkomsten uit drugshandel.
Het college van burgemeester en wethouders trok de bijstand met ingang van april 2015 in en vorderde de kosten van bijstand over die periode terug, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door de drugshandel niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het verweer dat getuigenverklaringen onrechtmatig waren verkregen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de getuigenverklaringen rechtmatig zijn verkregen en dat het strafvonnis betrokken mag worden bij de bestuursrechtelijke beoordeling. De ontnemingsvordering uit het strafproces heeft geen invloed op de hoogte van de terugvordering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand en terugvordering blijven in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van kosten worden bevestigd.