ECLI:NL:CRVB:2024:2322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.E. Marechal
- J.T.H. Zimmerman
- A. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden
Appellant ontving bijstand vanaf 1 januari 2016 en werd later vervolgd en veroordeeld voor illegale handel in vuurwapens en hennepteelt. De sociale recherche onderzocht de rechtmatigheid van de bijstand en ontdekte dat appellant gedurende de periode 1 januari 2016 tot 24 februari 2018 regelmatig auto-onderdelen bestelde en als automonteur actief was, zonder dit te melden aan het college.
Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de werkzaamheden op geld waardeerbaar waren, ook al werden ze door appellant als hobbymatig of als vriendendienst bestempeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet wist dat hij deze activiteiten moest melden en dat de terugvordering onterecht was vanwege een strafrechtelijke ontnemingsmaatregel. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat onwetendheid niet vrijwaart. Tevens heeft de ontnemingsmaatregel geen invloed op de bestuursrechtelijke terugvordering.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waardoor de intrekking en terugvordering van de bijstand in stand blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden wordt bevestigd.