ECLI:NL:CRVB:2019:946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing Ziekengeld na herbeoordeling verzekerde zonder werkgever
Appellante, voormalig callcentermedewerkster en postsorteerder, meldde zich ziek met pols- en knieklachten en ontving een Ziekengelduitkering. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
In bezwaar en beroep werden aanvullende beperkingen aangenomen, maar de arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies medisch geschikt bleven. Appellante voerde aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de uitlooptermijn onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. Tevens werd bevestigd dat de uitlooptermijn aanvangt bij de aanzegging van de functies, niet bij het definitieve besluit.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit, waarmee het recht op Ziekengeld eindigde per 7 november 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op Ziekengeld eindigt per 7 november 2015.