Uitspraak
17.4396 WAO-T
OVERWEGINGEN
.Naar aanleiding van deze melding is appellante onderzocht op het spreekuur van een verzekeringsarts van het Uwv. Deze arts heeft in een rapport van
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1988 een WAO-uitkering vanwege diverse klachten. In 2012 meldde zij een verslechtering van haar gezondheid met toename van klachten. Het UWV weigerde de uitkering te herzien, wat leidde tot een eerdere uitspraak in 2015 dat er geen toename was tot eind 2011.
In 2016 stelde een verzekeringsarts een toename vast van beperkingen door rug- en psychische klachten, maar het UWV handhaafde de uitkering. Appellante ging in bezwaar en beroep, waarbij nieuwe medische en arbeidsdeskundige rapporten werden ingebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat haar beperkingen zijn onderschat en dat het UWV onjuiste functies selecteerde voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. De Raad constateert dat het UWV onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over welke klachten verzekerd zijn en dat de FML van 2016 onjuist beperkingen wegens knieklachten bevat.
De Raad beveelt het UWV aan het besluit binnen zes weken te herstellen door een nieuwe FML op te stellen die rekening houdt met toegenomen psychische en rugklachten, de functie van acquisiteur te schrappen en het opleidingsniveau nader te beoordelen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrekkig gemotiveerde besluit te herstellen met een nieuwe beoordeling van de beperkingen en arbeidsongeschiktheid.