ECLI:NL:CRVB:2020:2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat pensioenpremies niet meetellen bij berekening dagloon WW
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij het dagloon voor zijn WW-uitkering werd vastgesteld zonder rekening te houden met de door zijn voormalige werkgever ingehouden pensioenpremies. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt dat de nationale wettelijke bepalingen duidelijk voorschrijven dat pensioenpremies buiten de berekening van het dagloon voor de WW blijven. Appellant voerde tevens een beroep op ILO-conventie 102 en het EVRM, maar de Raad oordeelde dat deze verdragsbepalingen geen rechtstreekse werking hebben die een ander resultaat oplevert. De ILO-conventie heeft een instructiekarakter en biedt geen afdwingbare individuele aanspraken.
Ook het beroep op het discriminatieverbod uit het EVRM faalde omdat geen ongelijke behandeling van gelijke gevallen is vastgesteld. De Raad concludeert dat het UWV terecht geen rekening heeft gehouden met de pensioenpremies bij de dagloonberekening en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.