ECLI:NL:CRVB:2020:2281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als machineoperator en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd deze in 2017 beëindigd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig en juist beoordeelde. De noodzaak voor een urenbeperking werd niet vastgesteld, ondanks de diagnose depressie en het rapport van psychiater Kondakçi. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de vertaling van medische gegevens onjuist was en dat er sprake was van een gebrek in de besluitvorming omdat een basisarts hem wel belastbaar achtte. Deze gronden werden door de Centrale Raad van Beroep verworpen. De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het onderzoek, het ontbreken van schending van het beginsel van equality of arms en de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordeling.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een deskundige of het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.