ECLI:NL:CRVB:2020:239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens vermeend woningbezit in Marokko
Appellant ontving vanaf 2006 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok deze aanvulling in en vorderde terugbetaling omdat zij meende dat appellant eigenaar was van een woning in Marokko, wat het recht op bijstand uitsloot.
De Svb baseerde haar besluit op onderzoek door een sociaal attaché en taxatierapporten, maar de Raad oordeelde dat deze onderzoeksbevindingen onvoldoende feitelijke grondslag boden. De verklaringen van buurtbewoners waren anoniem en oncontroleerbaar, en het ontbreken van het CIN-nummer van appellant kon geen terugwerkende intrekking rechtvaardigen.
De rechtbank had de bewijslast onterecht bij appellant gelegd en onvoldoende kritisch gekeken naar de kwaliteit van het onderzoek. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg de Svb op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, met de mogelijkheid voor appellant om daartegen opnieuw beroep in te stellen.
Daarnaast werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijk en controleerbaar onderzoek voordat een belastend besluit wordt genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van woningbezit.