ECLI:NL:CRVB:2020:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- M.E. Fortuin
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatmanloon bedradingsmonteur E bij niet gerealiseerde toekomstverwachting
Appellant was sinds 1989 werkzaam als leerling elektromonteur en werd in 1994 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Na diverse functies en opleidingen, waaronder Technicus Sterkstroominstallaties (TSI) en Elektrotechnisch Installateur, stelde appellant dat zijn maatmanloon gebaseerd moest worden op een hogere functie dan bedradingsmonteur E, namelijk technicus sterkstroominstallaties.
Het UWV had het maatmanloon vastgesteld op basis van de functie bedradingsmonteur E, omdat appellant niet had aangetoond dat hij met redelijke zekerheid een hogere functie zou hebben vervuld indien hij niet arbeidsongeschikt was geraakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet had bewezen dat hij daadwerkelijk in een hogere functie had gewerkt of dat hem toezeggingen waren gedaan die een hogere functie rechtvaardigen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat zijn diploma's en capaciteiten een hogere functiegroep rechtvaardigden. Het UWV verwees naar vaste jurisprudentie dat een maatmanwisseling alleen kan plaatsvinden bij nieuwe bekwaamheden en doorgroei naar een hoger gewaardeerde functie, waarvoor appellant onvoldoende bewijs leverde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant niet had aangetoond dat hij met redelijke mate van zekerheid de functie van technicus sterkstroominstallaties zou zijn gaan vervullen. De maatman blijft daarom de functie bedradingsmonteur E. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De maatmanloonvaststelling blijft gebaseerd op de functie bedradingsmonteur E; het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.