ECLI:NL:CRVB:2015:4133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E. Dijt
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering met 63% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2010 werkzaam was als projectmedewerker bij een bank, viel uit wegens gezondheidsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 63%, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische beperkingen adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) verwerkte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen medische noodzaak voor een urenbeperking werd vastgesteld en de maatmanfunctie correct was bepaald als de laatste functie bij de bank. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen werden onderschat en dat de maatmanfunctie onjuist was vastgesteld vanwege een korte dienstbetrekking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en volledig was, ook gezien de therapieën die appellant volgde. De maatmanfunctie was terecht vastgesteld als de laatste functie voordat appellant uitviel, en het beroep op niet gerealiseerde toekomstverwachting faalde wegens onvoldoende onderbouwing. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering met 63% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.