ECLI:NL:CRVB:2020:2510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand wegens niet tijdige indiening
Appellant diende twee aanvragen in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet, gericht op vergoeding van eigen bijdragen voor rechtsbijstand, griffierecht en een deskundigenrapport. Het college wees de aanvragen deels af vanwege het niet tijdig indienen binnen de door het college gehanteerde termijn van twee maanden na het ontstaan van de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond en gaf gedeeltelijk gehoor aan het beroep tegen het tweede besluit, waarbij een klein bedrag bijzondere bijstand werd toegekend. In hoger beroep betoogde appellant dat de termijn van twee maanden te kort is vanwege zijn langdurige juridische strijd met het college en dat hij daardoor de eigen bijdragen niet uit eigen middelen kan voldoen.
De Raad oordeelde dat het college het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent heeft toegepast en dat de termijn van twee maanden niet onredelijk is, ook niet in het geval van appellant. Daarnaast wees de Raad de vergoeding van de kosten van het deskundigenrapport af omdat appellant als huurder deze kosten niet hoeft te dragen. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens niet tijdige indiening en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.