ECLI:NL:CRVB:2020:2606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ontheffing werkzaamheden 18 maandenregeling politie gehandhaafd
Appellant verzocht om ontheffing van werkzaamheden op grond van de 18 maandenregeling (remplaçantenregeling) zoals bedoeld in artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie. De korpschef wees deze aanvraag af omdat op de peildatum 1 juni 2017 geen herplaatsingskandidaat op de vrijkomende formatieplaats van appellant kon worden geplaatst.
De Raad had eerder geoordeeld dat de korpschef onvoldoende had gemotiveerd waarom geen herplaatsingskandidaat geplaatst kon worden en dat het onderzoek zich moest richten op de situatie op de peildatum. Bij het bestreden besluit handhaafde de korpschef de afwijzing met een nadere motivering, waarin per herplaatsingskandidaat werd onderzocht waarom plaatsing niet passend was.
Appellant voerde aan dat de korpschef onterecht kandidaten niet had betrokken, met name kandidaten die in een maatwerktraject zaten of een langdurige tijdelijke tewerkstelling hadden. De Raad oordeelde dat het onderzoek niet hoeft te leiden tot het aanbieden van de functie aan kandidaten met een lopend maatwerktraject en volgde daarmee de korpschef. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om ontheffing van werkzaamheden wordt ongegrond verklaard.