ECLI:NL:CRVB:2020:2782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig horecamedewerkster, ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door een UWV-arts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor haar uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de digitale medeondertekening door een geregistreerde arts de kwaliteit waarborgde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer omdat de geregistreerde arts het volledige dossier niet had beoordeeld en het contrasigneren onterecht was.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarprocedure adequaat was. Er waren geen aanwijzingen dat appellante meer beperkt was dan vastgesteld. Het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek.