ECLI:NL:RBROT:2021:6478
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid verzekeringsgeneeskundig onderzoek bij beëindiging Ziektewetuitkering
Eiser, productiemedewerker, meldde zich ziek vanwege PTSS en andere klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat eiser beperkte benutbare mogelijkheden had, maar meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen. Verweerder beëindigde daarop de uitkering.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek in bezwaar onzorgvuldig was omdat het was uitgevoerd door een arts in opleiding tot verzekeringsarts, wat volgens het Schattingsbesluit niet toelaatbaar is zonder contraseign. De rechtbank bevestigde dat het onderzoek in de primaire fase door een geregistreerd verzekeringsarts was verricht en dat de toetsing in bezwaar door een arts in opleiding, mede onder contraseign van een geregistreerd verzekeringsarts, voldoende waarborg biedt.
De rechtbank concludeerde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, rekening hield met psychische en lichamelijke klachten, en dat de arbeidsdeskundige functies passend achtte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering per 30 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.