ECLI:NL:CRVB:2020:3019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling OV-schuld wegens te late stopzetting reisproduct studiefinanciering
Betrokkene ontving studiefinanciering inclusief een reisproduct van januari tot juli 2017. Na beëindiging van het recht op studiefinanciering per 1 juli 2017 stopzette zij het reisproduct niet tijdig, waardoor een OV-schuld werd vastgesteld en opgelegd door de minister.
De rechtbank had de OV-schuld verminderd omdat zij oordeelde dat de schuld een punitief karakter had en onvoldoende rekening hield met de geringe verwijtbaarheid van betrokkene. De minister stelde dat de OV-schuld geen straf maar een vergoeding voor de Staat en OV-bedrijven is.
De Raad onderschrijft dat betrokkene de stopzetting te laat verrichtte en oordeelt dat de OV-schuld een vergoeding betreft voor het beschikken over het reisproduct, ongeacht feitelijk gebruik. De OV-schuld heeft geen punitief karakter. Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en bevestigt de OV-schuld, inclusief de verhogingen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de OV-schuld blijft in stand.