Uitspraak
1.Zaak 16/6955 (betrokkene 1)
2.Zaak 17/563 (betrokkene 2)
3.Wettelijk kader
4.Overwegingen
ten aanzien van beide betrokkenen, of de tussenliggende periodes zijn aan te merken als met werkzaamheden gelijkgestelde situaties die als zodanig worden beschouwd voor de toepassing van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving.
betrokkene 1is van belang dat zij altijd gericht is geweest op de Nederlandse arbeidsmarkt en ook uitsluitend in Nederland betaalde arbeid heeft verricht. Zij had weliswaar geen doorlopende arbeidsverhouding met het uitzendbureau, maar dat is over het algemeen een kenmerk van uitzendwerk. In de periodes in geding was betrokkene 1 bij meerdere, uitsluitend Nederlandse, uitzendbureaus ingeschreven dan wel aangemeld. Hieruit kan een impliciet aanbod worden afgeleid om arbeid te verrichten. Verder heeft betrokkene 1 vaak gesolliciteerd en zich daarbij vrijwel uitsluitend gericht op de Nederlandse arbeidsmarkt. Deze gegevens zouden aanleiding kunnen zijn, in het licht van met name punt 50 van het arrest Franzen e.a., om aan te nemen dat betrokkene 1 doorlopend aan de Nederlandse wetgeving onderworpen is geweest, nu zij haar beroepswerkzaamheden in Nederland niet daadwerkelijk heeft beëindigd. Daarbij zou ook een rol kunnen spelen dat er geen aanwijzingen zijn dat betrokkene vrijwillig de uitzendwerkzaamheden heeft onderbroken.