Uitspraak
18.5057 PW, 18/6138 PW, 19/635 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1, voor zover aangevochten;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 september 2018 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf daarbij saldi op van spaarrekeningen van haar minderjarige kinderen. Later bleek dat zij niet de juiste informatie had verstrekt over de werkelijke tegoeden, die aanzienlijk hoger waren door bijschrijvingen kort voor de aanvraag.
Het college trok de bijstand in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank oordeelde dat appellante redelijkerwijs over de tegoeden kon beschikken en bevestigde de boete.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet kon beschikken over de tegoeden omdat de rekeningen op naam van de kinderen stonden en onder beheer van de vader waren. De Raad verwierp dit en stelde dat het ouderlijk gezag haar beschikkingsmacht gaf. Ook het beroep tegen de boete werd afgewezen omdat de schending van de inlichtingenverplichting verwijtbaar was.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en verklaarde het beroep tegen het nader besluit tot terugvordering ongegrond. De boete werd als evenredig beoordeeld gezien de verminderde verwijtbaarheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.