Uitspraak
18.4984 WSF, 19/237 WSF
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving studiefinanciering als uitwonende studente, maar de minister herzag dit naar de thuiswonende norm en legde een boete op wegens niet voldoen aan de feitelijke bewoningseis. Dit was gebaseerd op buurtonderzoek waarbij verklaringen van drie buurtbewoners werden verzameld die verklaarden dat alleen een oma en haar zoon op het adres woonden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, omdat de minister met de verklaringen aannemelijk had gemaakt dat appellante niet op het adres woonde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het rapport onjuistheden bevatte en dat de verklaringen niet klopten, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe verklaringen.
De Raad oordeelt dat de minister aan zijn bewijslast heeft voldaan met de verklaringen van de buurtbewoners die onafhankelijk en consistent waren. De nadere verklaringen van buurtbewoners in hoger beroep gaven geen aanleiding het oordeel te wijzigen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering en de boeteoplegging op basis van verklaringen van buurtbewoners.