ECLI:NL:CRVB:2020:350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg volgens Beoordelingskader Buk
Appellante vordert dubbele kinderbijslag voor haar zoon, die is gediagnosticeerd met PDD-NOS, ADHD en epilepsie, op grond van zijn intensieve zorgbehoefte. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft dit recht geweigerd omdat de zorgscore volgens het Beoordelingskader Buk onvoldoende was om te voldoen aan de criteria voor intensieve zorg.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het oordeel van het CIZ, dat de zorgscore op twee punten stelde terwijl minimaal drie punten vereist zijn, als juist beoordeeld. Appellante stelt dat het Beoordelingskader te streng is en dat haar zoon op het gebied van lichaamshygiëne meer zorg nodig heeft dan een gezond kind, wat volgens haar een punt zou moeten opleveren.
De Raad oordeelt dat het wettelijke kader duidelijk voorschrijft dat alleen kinderen die zodanig ernstig beperkt zijn dat de verzorging en oppassing door ouders ernstig wordt verzwaard, recht hebben op dubbele kinderbijslag. Het Beoordelingskader sluit hierbij aan en het feit dat de zoon meer zorg nodig heeft dan een gezond kind is onvoldoende om een punt toe te kennen zonder dat dit leidt tot een score die de drempel van drie punten overschrijdt.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op dubbele kinderbijslag wordt niet toegekend.