Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en deed geen melding van contante stortingen op haar bankrekening, variërend van €20 tot €695, totaal €6.385, in 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel herzag de bijstand en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het besluit over de terugvordering voor de periode 21 december 2017 tot 1 januari 2018, maar verklaarde het bezwaar tegen de boete ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de stortingen leningen van haar vader waren en dat zij niet wist dat deze gemeld moesten worden.
De Raad oordeelde dat contante stortingen als inkomen worden aangemerkt en dat appellante de melding redelijkerwijs had moeten doen. De herziening en terugvordering over 1 januari 2017 tot 1 december 2017 zijn terecht. De terugvordering over 1 december 2017 tot 1 januari 2018 is onterecht en wordt vernietigd. De opgelegde boete blijft in stand vanwege normale verwijtbaarheid. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten.