Uitspraak
17.7383 PW, 19/477 PW, 19/478 PW
OVERWEGINGEN
30 augustus 2014. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapportage van
17 november 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2003 bijstand en werd in het kader van een themacontrole onderzocht op bezit van onroerend goed in Turkije. Uit onderzoek bleek dat zij eigenaar was van meerdere woningen, waarvan twee in 2015 aan haar zwager zijn overgedragen. Het college trok de bijstand in wegens het niet verstrekken van relevante informatie over dit vermogen en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde aan dat de overdracht van de woningen zonder voordeel was en dat zij door emotionele omstandigheden verminderd verwijtbaar was. Zij stelde ook dat het college discrimineerde bij de themacontrole en dat haar inkomen lager was dan het fictief gehanteerde bijstandsniveau. Deze gronden werden door de Raad verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en vaste jurisprudentie.
De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de boete proportioneel is vastgesteld. Ook werd haar aanvraag voor bijzondere bijstand afgewezen vanwege onvoldoende informatie over de overdracht en onduidelijkheid over haar financiële situatie. De eerdere uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de hoger beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en de opgelegde boete wegens niet-melding van onroerend goed en wijst het hoger beroep af.