Uitspraak
OVERWEGINGEN
1 januari 2011 tot en met 31 augustus 2014, behoeven in dit geding geen bespreking.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om een regularisatieovereenkomst te sluiten zodat hij uitsluitend verzekerd zou zijn onder de Luxemburgse socialezekerheidswetgeving voor de jaren 2011 tot en met 2014. De Svb wees dit verzoek af omdat er nog lopende fiscale procedures waren over de jaren 2011 en 2013. Appellant stelde dat de Svb onterecht weigerde mee te werken aan regularisatie en dat alleen de Svb bevoegd is om de toepasselijke socialeverzekeringswetgeving vast te stellen.
De Raad overwoog dat het verzoek van appellant gericht was op het sluiten van een regularisatieovereenkomst over verstreken tijdvakken en dat de Svb in zijn vaste praktijk afwijzend beslist zolang er nog procedures lopen in de fiscale kolom. Deze gedragslijn acht de Raad niet onredelijk, mede omdat het in het belang is van de betrokken werknemers en voorkomt dat dossiers voortijdig worden gesloten in Luxemburg.
De Raad bevestigde de afwijzing van het verzoek en verwierp de stellingen van appellant. Het voorwaardelijke verzoek om schadevergoeding werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat nog niet vaststaat of de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op appellant van toepassing blijft. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot regularisatie vanwege lopende fiscale procedures.