Uitspraak
/18.3570 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als monteur autoschuifdaken en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd per 19 oktober 2017.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat geen informatie was opgevraagd bij zijn behandelaren en dat hij verdergaande beperkingen had. Ook voerde hij aan dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen vanwege onvoldoende opleiding en taalvaardigheid.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beoordeling juist. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, bevestigde dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de functies terecht aannam. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat de WGA-uitkering terecht was beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.