ECLI:NL:CRVB:2020:880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstand geweigerd wegens ontbreken commerciële huurrelatie
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en huurde woonruimte op twee adressen in dezelfde gemeente. Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat werd aangenomen dat zij kostendelende medebewoners had en geen commerciële huurrelatie kon aantonen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk een commerciële huurprijs betaalde en dat de kostendelersnorm daarom niet van toepassing was. Zij overlegde kwitanties als bewijs van betaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kwitanties onvoldoende bewijs vormden, mede omdat de huurbetalingen volgens de huurovereenkomsten giraal moesten plaatsvinden en er onduidelijkheden waren over de kwitanties. Zonder objectief bewijs zoals bankafschriften kon niet worden aangenomen dat sprake was van commerciële huur.
Daarom was de toepassing van de kostendelersnorm door het college terecht en werd het hoger beroep afgewezen. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; kostendelersnorm terecht toegepast wegens ontbreken commerciële huurrelatie.