ECLI:NL:CRVB:2020:965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige uitkering op grond van Uitkeringsregeling Backpay wegens niet voldoen peildatum
Appellant, als erfgenaam van zijn vader die als militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger diende, vroeg om een eenmalige uitkering op grond van de Uitkeringsregeling Backpay. De minister wees de aanvraag af omdat de vader van appellant op de peildatum 15 augustus 2015 was overleden, een voorwaarde voor toekenning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de regeling buitenwettelijk begunstigend beleid betreft, waartegen slechts beperkte rechterlijke toetsing mogelijk is. De rechtbank vond dat het beleid consistent was toegepast en dat de peildatum niet ter discussie stond. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, het non-discriminatiebeginsel en de hardheidsclausule werd verworpen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontbreken van een effectief rechtsmiddel en een eerlijk proces in strijd was met internationale verdragen, en dat de peildatum arbitrair was. De Raad verwierp deze bezwaren, bevestigde de beperkte toetsingsruimte en oordeelde dat geen sprake was van schending van fundamentele rechten of discriminatie.
De Raad wees ook het betoog over onzorgvuldige mandaatverlening af en bevestigde dat het beleid consistent was toegepast. Het beroep op de hardheidsclausule werd eveneens afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige uitkering wordt afgewezen omdat de belanghebbende op de peildatum niet in leven was.