ECLI:NL:CRVB:2021:1004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geen loonsanctie wegens onvoldoende motivering re-integratie-inspanningen werkgever
Appellant was arbeidsongeschikt en werkzaam bij een uitzendbureau, waarbij het UWV oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en daarom geen loonsanctie oplegde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat de werkgever tekortgeschoten was in het eerste spoor van re-integratie, omdat er geen concrete stappen waren gezet binnen de eigen organisatie of het netwerk van de werkgever.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de re-integratie-inspanningen als voldoende werden beschouwd, vooral omdat de activiteiten zich vooral op het tweede spoor richtten en het eerste spoor nauwelijks was benut. De werkgever had in redelijkheid meer inspanningen moeten verrichten in het eerste spoor, en er was geen deugdelijke grond voor het tekortschieten van de werkgever.
Daarom werd het besluit van het UWV vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Het onderzoek werd heropend om nader te beslissen over de door appellant gevraagde schadevergoeding. Tevens werd het UWV veroordeeld in de kosten van de rechtsbijstand van appellant.
Uitkomst: Het besluit om geen loonsanctie op te leggen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het onderzoek wordt heropend voor schadevergoeding.