ECLI:NL:CRVB:2021:1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde spaarrekening
Appellante ontving vanaf 4 mei 2016 bijstand, maar meldde niet dat zij beschikte over een betaalrekening en twee spaarrekeningen met een totaal saldo dat de vermogensgrens overschreed. Het bestuur trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten terug.
Appellante voerde aan dat het bestuur ten onrechte geen rekening hield met een schuld aan het Zorgkantoor, die zou zijn ontstaan door een dubbele betaling van het persoonsgebonden budget aan haar meerderjarige zoon. Ook stelde zij dat de interingsnorm van anderhalf maal de bijstandsnorm toegepast had moeten worden.
De Raad oordeelde dat de schuld niet aan appellante toerekenbaar is maar aan haar zoon, en dat deze vordering bovendien pas na de aanvang van de bijstand ontstond. De interingsnorm is niet van toepassing bij intrekking van bijstand. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege niet gemelde spaarrekening en geen aftrek van schuld aan meerderjarige zoon.