Uitspraak
18.5901 PW
10 oktober 2018, 18/731 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over zwartwerken. Uit onderzoek bleek dat appellant in de periode juli 2015 tot februari 2017 bedragen ontving via zijn bankrekening en Western Union, die niet waren gemeld aan het college.
Het college herzag en trok de bijstand over meerdere maanden in en vorderde de kosten terug, omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het om leningen ging die terugbetaald moesten worden en dat hij niet wist dat hij deze bedragen moest melden.
De Raad oordeelde dat ontvangen bedragen, ook als lening, als inkomen worden beschouwd volgens vaste rechtspraak en dat de inlichtingenverplichting objectief is, waarbij verwijtbaarheid niet relevant is. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van ontvangen bedragen, ook als het leningen betreft.