Uitspraak
19.2603 AW
OVERWEGINGEN
second opinionte vragen bij een andere bedrijfsarts, maar dat appellante ook van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, werd ziek gemeld op 11 juli 2016. De minister paste een loonkorting van 30% toe vanaf 10 juli 2017 wegens ziekte. Appellante maakte bezwaar tegen deze loonkorting en andere besluiten, waaronder het ontslag per 1 juli 2018 vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen.
De Raad oordeelt dat de loonkorting terecht is toegepast omdat er geen aanwijzingen zijn dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg was van een beroepsziekte of -incident. De betermelding per 7 februari 2018 is gegrond, mede omdat appellante geen gebruik maakte van de aangeboden second opinion. Het ontslag op grond van artikel 99 ARAR Pro is rechtsgeldig omdat de verstoorde arbeidsverhoudingen voldoende zijn onderbouwd.
Verder wordt het bezwaar tegen de ambtsjubileumgratificatie, het kerstcadeau en inzage in het medisch dossier afgewezen. De late verstrekking van het kerstcadeau leidt niet tot wettelijke rente of schadevergoeding. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag en de loonkorting worden bevestigd.