ECLI:NL:CRVB:2021:1486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsom bij verzoek om informatie aan minister
Appellante had bij brief van 18 juli 2018 een verzoek om nadere informatie gedaan aan de minister. Omdat de minister niet tijdig had gereageerd, stelde zij hem bij brief van 31 oktober 2018 in gebreke en vorderde zij een dwangsom. De minister had echter op 8 oktober 2018 al op het bezwaarschrift beslist door dit niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het verzoek om informatie niet gericht was op een rechtsgevolg.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen de brief van 12 november 2018, waarin de minister meedeelde geen dwangsom te verschuldigen, ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat een verzoek om informatie niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro geldt en dat artikel 4:17 Awb Pro daarom niet van toepassing is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de minister geen dwangsom verschuldigd is omdat geen sprake is van een aanvraag waarop artikel 4:17 Awb Pro van toepassing zou zijn. De Raad gaat niet in op alle door appellante aangevoerde gronden, maar onderschrijft de motivering van de rechtbank. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister geen dwangsom verschuldigd is omdat het verzoek om informatie geen aanvraag is en de minister tijdig op het bezwaar heeft beslist.