ECLI:NL:CRVB:2021:160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening douchecabine als algemeen gebruikelijke voorziening
Appellante, woonachtig in een huurwoning, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een maatwerkvoorziening in de vorm van een douchecabine vanwege fysieke en psychische klachten. Het college wees de aanvraag af omdat een douchecabine een algemeen gebruikelijke voorziening is die in de reguliere handel verkrijgbaar is en betaalbaar behoort te zijn voor iemand met een bijstandsuitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde onder meer dat de kosten hoger waren dan geraamd en dat zij niet hoefde aan te tonen dat zij de voorziening niet kon betalen. Ook verwees zij naar een betalingsregeling en een verslechtering van haar klachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat het college het buitenwettelijke begunstigende beleid consistent heeft toegepast en dat het aan de cliënt is om aannemelijk te maken dat een algemeen gebruikelijke voorziening niet tot zijn financiële mogelijkheden behoort. Appellante heeft dit niet voldoende onderbouwd. Ook was er geen sprake van een plotseling optredende onvoorziene noodzaak die een uitzondering zou rechtvaardigen.
Daarmee is het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak met verbetering van de gronden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor een douchecabine wordt afgewezen omdat deze als algemeen gebruikelijke voorziening geldt en appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij deze niet kan betalen.