ECLI:NL:CRVB:2021:1753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving sinds 2012 een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na anonieme meldingen startte het Uwv een onderzoek waaruit bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot, zonder dit te melden. Het Uwv trok de uitkering in en vorderde het bedrag terug over de periode 2012-2017.
De rechtbank beperkte de intrekking en terugvordering tot 1 november 2013 tot 8 oktober 2017 en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Het Uwv stelde het terugvorderingsbedrag vast op circa €70.780.
In hoger beroep stelde appellant dat het om hobbywerkzaamheden ging en dat de meldingen onbetrouwbaar waren. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellant werkzaamheden verrichtte die op geld waardeerbaar waren en inkomsten opleverden. De Raad beperkte de intrekking en terugvordering tot 1 november 2013 tot 1 februari 2017 en stelde het terugvorderingsbedrag vast op €57.232,63.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van 27 november 2017, herroept dit laatste en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2021.
Uitkomst: De WIA-uitkering wordt ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1 november 2013 tot 1 februari 2017 voor een bedrag van €57.232,63.