ECLI:NL:CRVB:2021:1810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verrichtte gedurende de periode juni 2017 tot mei 2018 gokactiviteiten in casino’s en via online accounts. Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug omdat appellant zijn gokactiviteiten niet had gemeld, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde aan geen winst te hebben gemaakt in casino’s en dat inzetten bij online gokken in mindering moesten worden gebracht op de inkomsten. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende controleerbaar inzicht gaf in de omvang en opbrengsten van zijn casinogokken, waardoor het bewijsrisico bij hem ligt en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Verder stelde de Raad dat de online gokopbrengsten als inkomen moeten worden beschouwd zonder verrekening van de inzetten, aangezien deze kosten gelijkgesteld worden met verwervingskosten. De keuze van appellant om bijstand en inkomsten te gebruiken voor gokken doet niet af aan zijn vrije beschikking over de opbrengsten.
Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten.