Uitspraak
20.2537 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een melding over werkzaamheden en casinogeld is een onderzoek gestart, waarbij zestien kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening werden geconstateerd, totaal €5.761.
Het college herzag de bijstand over juli 2017 tot maart 2018 en vorderde een bedrag terug wegens niet gemelde inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stond centraal of twee specifieke bedragen (€1.900 en €550) terecht als inkomen zijn aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de bijschrijving van €550 als inkomen geldt, omdat appellante vrijelijk over het bedrag kon beschikken ondanks haar stelling dat het een lening betrof. De kasstorting van €1.900 kon niet aannemelijk worden toegerekend aan eerdere contante opnames, waardoor ook dit bedrag als inkomen werd aangemerkt. Het beleid over giften is niet van toepassing omdat het hier geen giften betrof.
Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen die als inkomen zijn aangemerkt.