ECLI:NL:RBZWB:2023:1898
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten
Eiseres ontvangt sinds september 2018 een bijstandsuitkering en kreeg in 2021 een verzoek om bankafschriften te overleggen. Na het niet overleggen werd haar uitkering tijdelijk opgeschort. Het college herzag vervolgens de uitkering over november 2020 en februari en maart 2021, omdat zij inkomsten had ontvangen die zij niet had gemeld. Deze bedragen werden teruggevorderd of verrekend.
Eiseres voerde aan dat de bijschrijvingen afkomstig waren van haar zus en dat zij deze bedragen slechts bewaarde en terugstortte, zonder er zelf gebruik van te maken. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet vrij over deze bedragen kon beschikken. Het college mocht de bedragen daarom als inkomen aanmerken.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het beleid van het college dat giften tot € 1.250,- per jaar vrijgelaten worden, omdat eiseres geen beroep deed op giften maar op terugbetalingen. Omdat eiseres de inkomsten niet had gemeld, werd de inlichtingenplicht geschonden en was herziening en terugvordering terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 21 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.