Uitspraak
19.2761 PW, 19/3533 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af in de zaak 19/2761 af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen sinds 2002 bijstand, die in 2016 werd beëindigd vanwege het starten van een juwelierszaak. Na beëindiging van deze onderneming vroegen zij opnieuw bijstand aan, maar het college wees beide aanvragen af wegens onvoldoende duidelijkheid over hun financiële situatie en de afwikkeling van de onderneming.
Het college verzocht herhaaldelijk om relevante documenten, waaronder eindbalansen en bewijsstukken van de overdracht van de onderneming, maar appellanten leverden slechts gedeeltelijke informatie. Daarnaast voerden zij aan dat appellant slechts een stroman was en niet de feitelijke eigenaar, maar konden dit niet met objectieve gegevens onderbouwen.
De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat de financiële situatie essentieel is voor de beoordeling van bijstand en dat appellanten niet aan hun bewijslast voldeden. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende financiële duidelijkheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.