Uitspraak
19 1881 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving van april 2013 tot oktober 2014 Ziektewet- en Werkloosheidswet-uitkeringen. Het UWV voerde een onderzoek uit naar het vermeende dienstverband met werkgeefster van januari 2012 tot april 2013 en concludeerde dat dit dienstverband gefingeerd was. Op basis hiervan werden de uitkeringen ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat appellant niet als werknemer verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het onderzoeksrapport niet volledig had kunnen inzien en dat hij wel werkzaamheden had verricht, maar slaagde er niet in tegenbewijs te leveren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellant de bewijslast niet had voldaan. Ook werden geen dringende redenen gevonden om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de ZW- en WW-uitkeringen worden bevestigd.