Uitspraak
19 1266 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
19 december 2017 in reactie op de bezwaargronden vermeld dat appellant niet beperkt is wat betreft repetitief en fijn motorisch hand- en vingergebruik en dat daarom de geselecteerde functies onverminderd geschikt blijven. De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is ongewijzigd minder dan 35%. Het Uwv heeft bij besluit van 22 december 2017 (bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 13 april 2017, onder verwijzing naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, ongegrond verklaard.
K. de Jong van 2 maart 2018 en de in de eerdere fases van de procedure ingebrachte medische informatie, met name het verslag van het onderzoek van reumatoloog K. Visser van
23 augustus 2017. Uit de stukken van POH-GGZ en revalidatiecentrum Reade blijkt verder dat hij forse psychische klachten heeft en dat hij nervus ulnaris neuropathie heeft. De ulnaris neuropathie gaat gepaard met krachtsverlies in de hand, waarbij repeterende bewegingen van de arm de klachten doen ontstaan en verergeren. Volgens appellant zijn er te weinig beperkingen aangenomen in verband met de ernstige psychische klachten en de slaapapneu. Daarbij zijn de klachten toegenomen.
MTS-diploma. Het Uwv heeft daarbij opgemerkt dat indien de twee functies waarin de diploma-eis is gesteld vervallen de mate van arbeidsongeschiktheid niet wijzigt.
VMBO-niveau. Er zijn geen aanknopingspunten om te concluderen dat dit onjuist is. De bij het Uwv op zitting ontstane twijfel over de juistheid van de aanname dat appellant een
MTS-diploma heeft, wordt gevolgd. Het Uwv heeft er terecht op gewezen dat daardoor twee functies vervallen, maar nog drie functies resteren om de schatting op te baseren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op basis van deze drie functies niet verandert. De zogenoemde mediaanfunctie, die de mate van arbeidsongeschiktheid bepaalt, wijzigt door het vervallen van de twee functies, maar dit heeft geen gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid, omdat het loon dat in de nieuwe mediaanfunctie kan worden verdiend hoger is dan de maatmanfunctie, zodat de mate van arbeidsongeschiktheid 0% blijft.
€ 2.992,-. Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.992,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 174,- vergoedt.