ECLI:NL:CRVB:2021:2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering wegens onjuist inkomen WAO-uitkering
Appellante ontvangt een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) en een WAO-uitkering van het UWV. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij de vaststelling van de nabestaandenuitkering gebruikgemaakt van de WAO-uitkering vóór verrekening van een teveel ontvangen toeslag. Na onderzoek bleek dat de WAO-uitkering in Suwinet was weergegeven na verrekening van deze toeslag.
De Svb heeft de nabestaandenuitkering herzien voor de periode van maart 2014 tot en met augustus 2017 en een terugvordering ingesteld wegens te veel betaalde uitkering. De rechtbank had de terugvordering beperkt, maar oordeelde dat appellante had kunnen onderkennen dat zij te veel ontving.
In hoger beroep betoogde appellante dat de Svb niet van de gegevens in Suwinet mocht afwijken en dat zij dubbel werd benadeeld. De Raad oordeelde dat de Svb terecht is afgeweken van de Suwinet-gegevens omdat deze onjuist waren en dat appellante haar verplichtingen had nagekomen maar wel had kunnen begrijpen dat zij te veel ontving. Het beleid van de Svb stond herziening per maart 2014 niet in de weg.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de nabestaandenuitkering per maart 2014 wordt bevestigd.