Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Inleiding
WGA-loonaanvullingsuitkering van € 701,48 bruto per maand, exclusief vakantiegeld. Haar WIA-maandloon is vastgesteld op € 1.082,28. Eiseres wordt 80 tot 100% arbeidsongeschikt geacht.
Overwegingen
30 november 2019. Dit wordt niet door partijen betwist.
A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers;
B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag;
C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en
D staat voor 261.
WIA-gerechtigde die starter of herintreder is. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat het dagloon van een werknemer die vanaf de aanvang van de referteperiode tot en met de laatste dag van het eerste volledige aangiftetijdvak van dat jaar geen loon als bedoeld in artikel 14 of Pro 15 van het Dagloonbesluit heeft genoten, wordt vastgesteld door bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, “261” te vervangen door “het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode”. De toelichting bij deze bepaling, voor zover van belang, luidt: “De regeling geeft een gunstig dagloon voor degene die nog niet vanaf de aanvang van het refertejaar een dienstbetrekking heeft gehad. (…). Degene die in het eerste tijdvak van het refertejaar wel loon genoten heeft, waaronder ook begrepen inkomsten die als loon worden aangemerkt, kan geen beroep doen op deze regeling. Zijn dagloon wordt volgens de normale regel vastgesteld”. [3]
€ 2.581,94 worden vastgesteld in plaats van op € 1.082,28.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674,-.