ECLI:NL:CRVB:2021:2464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging maatwerkvoorziening begeleiding op grond van Wmo 2015
Appellante, geboren in 1954, had voor de periode van 2 januari 2017 tot 1 januari 2018 een maatwerkvoorziening voor begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Zij vroeg verlenging van deze voorziening met ingang van 1 januari 2018, stellende dat zij begeleiding nodig had bij het bezoeken van familie, winkels, het ziekenhuis en bij administratieve zaken.
Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge wees deze aanvraag af bij besluit van 24 januari 2018, gehandhaafd bij bezwaarbeslissing van 8 augustus 2018. Het college stelde dat appellante geen beperkingen in zelfredzaamheid of participatie had die een maatwerkvoorziening noodzakelijk maakten, verwijzend naar algemene voorzieningen en zorgmogelijkheden onder de Zorgverzekeringswet. Dit besluit werd door de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 18 april 2019 bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name dat onvoldoende psychisch onderzoek had plaatsgevonden en dat andere artsen hadden verklaard dat zij altijd begeleiding nodig had. Tevens verzocht zij om een onafhankelijk deskundige, verwijzend naar het Korošec-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat geen aanleiding bestond tot benoeming van een deskundige en dat appellante onvoldoende twijfel had gezaaid over de beoordeling door de medisch adviseur van Argonaut.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de verlenging van de maatwerkvoorziening begeleiding wordt bevestigd.