Uitspraak
21 1579 AOW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen einduitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 14 december 2018 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene verzocht om omzetting van zijn gehuwdenpensioen naar een ongehuwdenpensioen na ontbinding van zijn samenlevingsovereenkomst met X en het verlenen van zorg aan haar. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat zij meende dat betrokkene zijn hoofdverblijf niet had gewijzigd en er sprake bleef van gezamenlijke huishouding. De rechtbank stelde gebreken vast in de besluitvorming van de Svb en gaf haar gelegenheid deze te herstellen.
De Svb handhaafde haar standpunt, maar erkende tijdens de zitting dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden niet langer werd toegepast. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van wederzijdse zorg tussen betrokkene en X. Uit onderzoek bleek dat betrokkene zorg verleende aan X en dat er een financiële verstrengeling bestond die verder ging dan het delen van woonlasten, onder andere via gezamenlijke rekeningen en gezamenlijke betalingen.
De Raad oordeelde dat de financiële verstrengeling en de zorgverlening voldoende bewijs vormen voor het criterium van wederzijdse zorg en daarmee een gezamenlijke huishouding. Hierdoor was de weigering van omzetting van het pensioen terecht. De aangevallen uitspraken werden vernietigd en het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot omzetting van gehuwdenpensioen naar ongehuwdenpensioen wordt ongegrond verklaard wegens bewezen gezamenlijke huishouding.