ECLI:NL:CRVB:2021:2563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor onderhoud woning en woonkostentoeslag
Appellant, wonende in een eigen woning zonder hypotheek, vroeg bijzondere bijstand aan voor schilder- en kitwerkzaamheden en een woonkostentoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af, stellende dat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn woonkosten hoger zijn dan gemiddeld vanwege het eigenaarschap en dat hij niet kon reserveren voor onderhoudskosten. De Raad oordeelde dat het eigenaarschap op zich geen bijzondere omstandigheden vormt en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn onderhoudskosten hoger zijn dan het minimumniveau of dat hij niet kon reserveren.
Verder wees de Raad erop dat het college een forfaitair bedrag hanteert voor periodiek onderhoud in de woonkostentoeslag, wat buitenwettelijk begunstigend beleid is. De rechter kan dit beleid slechts toetsen op consistentie, niet op inhoudelijke juistheid. Appellant kon niet aantonen dat het college dit beleid niet consequent toepaste. Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraken en wees de verzoeken om bijzondere bijstand af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen om bijzondere bijstand voor onderhoud en woonkostentoeslag.