ECLI:NL:CRVB:2021:2570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende onderzoek arbeidsongeschiktheid ex-werkneemster
In deze zaak staat centraal of het UWV terecht heeft aangenomen dat de ex-werkneemster onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest sinds 13 augustus 2017, ondanks haar hersteldmelding per 24 september 2018.
De ex-werkneemster was werkzaam als sociotherapeut en viel uit wegens psychische klachten. Na haar hersteldmelding eindigde haar dienstverband, waarna zij met terugwerkende kracht een Ziektewetuitkering aanvroeg. Het UWV kende haar vervolgens een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 47,83%. Het bezwaar van de werkgever tegen deze besluiten werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
De Raad oordeelt dat de verzekeringsartsen zich uitsluitend baseerden op anamnestische gegevens en onderzoeken die lang na de beoordelingsdatum plaatsvonden, zonder medische informatie van behandelaars of de bedrijfsarts over de cruciale periode. Hierdoor ontbreekt een zorgvuldig en goed onderbouwd onderzoek. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij een beroep tegen die beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering, en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.