ECLI:NL:CRVB:2021:290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag hoepelondersteuning
Appellante had een aanvraag ingediend voor hoepelondersteuning op haar handbewogen rolstoel, welke door het college van burgemeester en wethouders van Meppel werd afgewezen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college niet onzorgvuldig had gehandeld en appellante in beperkte mate zelf kon hoepelen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en zij niet in staat was tot hoepelen, waardoor hoepelondersteuning noodzakelijk zou zijn. Kort voor de zitting diende zij een aanvullend stuk in, dat vanwege de late indiening buiten beschouwing werd gelaten.
Tijdens de zitting verklaarde appellante echter geen hoepelondersteuning meer te wensen, maar een andere rolstoel met aangepaste zitting, motor en joystick. Omdat de procedure uitsluitend betrekking had op de afwijzing van hoepelondersteuning en appellante dit niet langer wenste, oordeelde de Raad dat er geen procesbelang meer was.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 10 februari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.