ECLI:NL:CRVB:2021:672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en terugvordering AOW-toeslag met matiging terugwerkende kracht
Appellant ontving vanaf juli 2011 een AOW-pensioen met toeslag voor een partner. Na wijzigingen in zijn woonsituatie en partnerschap heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in 2017 de toeslag herzien en een terugvordering ingesteld wegens een fout in de berekening van de toeslag. Appellant voerde aan dat hem niet duidelijk was dat hij teveel toeslag ontving en dat de Svb onzorgvuldig had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond. In hoger beroep trok de Svb het eerste besluit in en nam een nieuw besluit waarbij de terugwerkende kracht van de herziening werd gematigd, waardoor het terug te vorderen bedrag werd verlaagd. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de toeslag te hoog was vastgesteld en dat de Svb zijn beleid consistent toepaste.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Er waren geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard, waarbij de terugvordering van de toeslag is gematigd.